algemeen programma museum event locatie kerkdiensten
algemeen programma museum event locatie kerkdiensten
slideshow
Bezienswaardigheden
In de Laurenskerk zijn naast de tentoonstelling veel verschillende historische bezienswaardigheden.
Het Koorhek
Het Koorhek

Het koperen koorhek van de Laurenskerk bevindt zich sinds de wederopbouw van de kerk na de tweede wereldoorlog aan de achterzijde van het koor. Het is slecht een deel van het originele tussen 1712 en 1715 geconstrueerde koorhek.

In 1710 vinden we voor het eerst berichten in de resoluties van de toenmalige kerkmeesters over het vervangen van het houten koorhek (1593) door een ‘zeer monumentaal koperen koorhek’. In 1711 ontving beeldhouwer François Douwe de opdracht tot het vervaardigen van een rijk versierd koorhek. Als voorbereiding op het ontwerpen maakte hij eerst een aantal studiereizen naar Antwerpen, Mechelen en Amsterdam. Uit deze studie kwam een definitieve tekening van een koorhek in marmer en koper voort. Na goedkeuring van de kerkmeesters werd op 20 september 1712 het koperwerk aanbesteed bij de bekende Rotterdamse geelgieter Quirijn de Visser Willemsz. voor de som van 19 stuivers en 6 penningen per pond tegen zogenaamd Rotterdams licht gewicht. Een uitvoerig bestek beschreef nauwkeurig afmetingen en aantallen, de wijze van gieten en de soort koper. François Douwe sneed zelf de houten modellen voor het koper gieten. Ook veel van de versieringen in het marmer werden door hem gehakt. Het gehele werk werd in 1715 voltooid en geplaatst in het koor tussen de tweede rij pilaren in als afsluiting van het koor.
Bij het bombardement van mei 1940 werd een groot deel van het koorhek ernstig beschadigd.
De minder beschadigde delen, waaronder de koperen deuren, kregen na restauratie hun huidige plaats.


Grafzerken
Grafzerken

In de Laurenskerk treft u in de kapellen zowel in de Noorder- als in de Zuiderzijbeuk een aantal in de vloer ingepaste grafzerken. Aanvankelijk kregen alleen geestelijken een graf in de kerk, maar al voor de Reformatie was het mogelijk om ook niet-geestelijken in de Laurenskerk te begraven. Echter na de reformatie raakte dit gebruik pas echt in zwang; Al in 1623 is er sprake van ruim 900 grafzerken in de Laurenskerk. Sommige van deze grafzerken werden zeer rijk gedecoreerd, voorzien van reliëfornamenten en wapentekens, anderen waren sober of zelfs alleen voorzien van een grafnummer. De laatste bijzetting, van Wilhelmina Wagemaker, 71 jaar oud, heeft plaatsgevonden op maandag 27 augustus 1832. Daarmee kwam het totaal op ca. 1360 grafzerken.

Schilderijen uit de 17de eeuw, waarop het toenmalige interieur van de Laurenskerk staat weergegeven, geven nog een goed beeld van de enorme hoeveelheid grafzerken die de Laurenskerk voor 1940 rijk was. Helaas hebben deze grafzerken voor het merendeel de grote brand en het daarmee gepaard gaande instorten van delen van de kerk als gevolg van het bombardement van mei 1940 niet overleefd. De grafzerken die nog in redelijke staat verkeerden zijn gerestaureerd en zijn bij de wederopbouw in en om de Laurenskerk geplaatst. Het werd niet alleen als deftig ervaren, ook de verkleining van het rondom de kerk gelegen kerkhof droeg bij aan dit gebruik. De grond voor een graf in de Laurenskerk werd door de kerkmeesters om niet ter beschikkinggesteld. Voorwaarde was echter wel dat in voorkomende gevallen begrafenisgelden werden betaald en dat er werd bijgedragen in de kosten van het tienjaarlijkse ophogen en vlak maken van de kerkvloer.


Monument ter herinnering aan de Schout bij Nacht Johan van Brakel.
Monument ter herinnering aan de Schout bij Nacht Johan van Brakel.

Het monument van Johan van Brakel is geplaatst in de kapel grenzend aan de muur van de noord – westwand van het Noordertransept. Johan van Brakel werd in 1618 in Rotterdam geboren. Op 22 jarige leeftijd nam hij dienst bij de Staatse Vloot. In 1666 onderscheidde van Brakel zich tijdens de Vierdaagse oorlog door, nadat zijn eigen schip was vergaan, alsnog vanuit een sloep een vijandelijk schip te veroveren. Ook in navolgende jaren deden zijn moed en vasthoudendheid in verschillende zeeslagen van zich spreken. In 1688 begeleidde hij Prins Willem de Derde naar diens kroning als koning van Engeland. Op 10 juli 1690 sneuvelde de toen 72 jarige Van Brakel bij Besevier (Beachy Head) in een slag tegen de Fransen.


Grafmonument Egbert Kortenaer
Grafmonument Egbert Kortenaer

Tegen de noordoostelijke wand van het Noordertransept is het grafmonument van Egbert Meussen Kortenaer geplaatst. Kortenaer, geboren in 1604 in Groningen, was van eenvoudige afkomst. In 1653 diende hij als kapitein onder Admiraal Tromp. Tijdens de Tweedaagse Zeeslag raakte Admiraal Tromp gewond en overhandigde de Admiraalsvlag aan Kortenaer. Tijdens de Noorse oorlog streed hij met de Deense koning tegen de Zweden. Naar aanleiding van zijn aandeel in de strijd werd hij bevorderd tot vice–admiraal en door de Deense koning verheven tot de orde van de Olifant. In 1665 werd hij benoemd tot Luitenant-admiraal bij de Admiraliteit van de Maze te Rotterdam. Kortenaer sneuvelde in 1665 tijdens de tweede Engelse oorlog in de slag bij Lowestoft.


Praalgraf van Witte Corneliszoon de With
Praalgraf van Witte Corneliszoon de With

De in Den Briel geboren Witte de With (1599 – 1658) wordt in de vaderlandse geschiedenis om twee redenen gememoreerd; zijn uitzonderlijk moeilijke karakter en zijn evenredig uitzonderlijke moed. Ondanks zijn aanvaringen met zijn meerderen, die in 1647 bijna tot de doodstraf leidden, werd hij toch in zijn verantwoordelijke ambt gehandhaafd. Met zijn aandeel in onder andere de verovering van Jakarta, de Zilvervloot en de slag bij Duins waren zijn moed, zeemansschap en plichtsbesef zowel geprezen als gevreesd. Witte de With sneuvelde in 1658 tijdens de Noorse oorlog op zijn schip de Brederode. Volgens het opschrift van de zware toetssteen op zijn praalgraf heeft de vijandelijke koning "Uit nobele bewondering, van zijns tegenstanders dapperheid, het lichaam, kostelijk gebalsemd, naar het vaderland teruggezonden".


Scheepsmodel 'de liefde'
Scheepsmodel 'de liefde' Nabij het praalgraf van Admiraal Kortenaer, treft u hoog aan de wand onder een venster het scheepsmodel ‘De Liefde’. Dit laat-zestiende eeuws scheepsmodel is niet, zoals in vroegere tijden gebruikelijk, een dankbetuiging aan een heilige voor een behouden reis. De plaatsing van ‘De Liefde’ moet veel eerder gezien worden als een representant van scheepvaart, handel en marine en als symbolische aanwezigheid van afwezigen. Het kent dan ook een boeiende geschiedenis.

In 1598 vertrok een vloot van een vijftal schepen op handelsexpeditie naar Chili, Peru, de Molukken en, wanneer mogelijk, naar Japan. Nadat het eerste schip huiswaarts moest keren als gevolg van een storm in de straat van Magelhaen, een volgend schip werd buitgemaakt in Peru en twee schepen bij Tidore in Portugese handen vielen, zetten de overgebleven schepen ‘De Liefde’ en ‘De Hope’ koers richting Japan. ‘De Hope’ is vermoedelijk in een zware storm in 1600 vergaan. ‘De Liefde’ bereikte uiteindelijk op 19 april het eiland Kioesie en werd daarmee het eerste Europese schip dat Japan bereikte. De doodzieke bemanning echter moest noodgedwongen het schip verlaten, waarop het door de plaatselijke bevolking werd leeg gehaald. Alleen het hekbeeld van ‘De Liefde’ - een houten afbeelding van Erasmus, naar wie het schip was genoemd voordat het werd omgedoopt tot ‘De Liefde’ - bleef behouden in het keizerlijke museum in Tokio.
In 1962 werd een replica van dit hekbeeld door een Japanse delegatie uit Tokio aangeboden aan de stad Rotterdam. Dit geschenk werd beantwoord met een scheepsmodel van ‘De Liefde’, waarvan het model in de Laurenskerk een kopie is.


De deuren van Manzu
De deuren van Manzu

De deuren van de Laurenskerk werden in 1968 geschonken door een groot Rotterdams bedrijf ter gelegenheid van haar 150-jarig jubileum. De deuren zijn werken van de hand van Giacomo Manzoni, beter bekend onder de naam Manzù. Deze in 1908 in Bergamo geboren kunstenaar was tevens verantwoordelijk voor de deuren van de Dom te Salzburg (thema ‘Liefde’, 1958) en de St. Pieter in Rome (thema ‘Dood’, 1964). De deuren van de Laurenskerk mogen gezien worden als de bekronende afsluiting in deze serie. De voorstelling heeft als thema ‘Oorlog en Vrede’ en is waarschijnlijk geïnspireerd door een reeks Passie-taferelen uit 1938 – 1939. De voorstellingen zijn zodanig opgezet dat wanneer de deuren geopend zijn de voorstelling met als thema ‘Oorlog’, welke zich afspeelt over de gehele breedte van beide deuren, uit het zicht verdwijnt. Bij binnenkomst door de geopende deuren is alleen de, zich in een boogvormig afgesloten timpaan boven de deuren bevindende, afbeelding met het thema ‘Vrede’ direct waarneembaar. Een stil neerhangende draperie in het midden tussen deuren en boog verbindt beide delen van de voorstelling.

Gebouw
Expositie
Verhuur